Stichting hernieuwbare warmte Ypenburg

Op Ypenburg is een nieuwe stichting opgericht die zich met name op verduurzaming van de Stadsverwarming wil richten. Wij volgen de activiteiten van deze stichting met belangstelling. Serieus verduurzamen van het net zal namelijk niet eenvoudig zijn. De vooralsnog enige mogelijkheden voor verduurzaming lijken ons:

  • in het warme seizoen de watertemperatuur iets verlagen. Dit lijkt redelijk eenvoudig uit te voeren. Om de woningen ook in de winter met water van lagere temperatuur te kunnen verwarmen zullen de installaties in alle woningen moeten worden aangepast (radiatoren vervangen of overstappen op vloerverwarming). Het is de vraag of en hoe dit van alle bewoners kan worden geëist.
  • voor wellicht enkele tientallen tot honderden woningen de restwarmte van het Forensisch Intituut en andere grote bedrijven op Ypenburg inzetten, afhankelijk van de temperatuur van dit water gedurende een deel van het jaar, en,
  • geheel overschakelen op aardwarmte. Dit laatste is in potentie de beste oplossing. Maar het mogelijke mislukken van een aardwarmteboring (in Den Haag al eerder gebeurd) is een serieus risico. Het is de vraag wie dat op zich wil nemen.

De grote warmteverliezen in de straten en onder de woningen (gezamenlijk 24 tot 40 % van de opgewekte warmte) blijven ook een groot probleem. Hernieuwbare warmte is immers schaars. Werken bij lagere temperaturen verkleint de verliezen en maakt gebruik van warmte van meerdere bronnen mogelijk, maar is slechts een beperkte periode van het jaar mogelijk.

Dit komt, doordat de capaciteit van het warmtenet (doorsnee van de pijpen, maximale stroomsnelheid) zo is uitgevoerd dat bij vorst het water tot 90 graden Celcius moet worden opgestookt om voldoende warmte te kunnen transporteren om alle woningen aan het net te bedienen. Om ook in koude winters met lagere watertemperaturen dan 90C te kunnen werken, zal eerst een serieus deel van de woningen van het net moeten worden afgekoppeld. Of en hoe dit (vanzelf) gebeurt, hangt van de prijs van stadswarmte en van de alternatieven af:

Intussen wordt de kwaliteit van warmtepompen steeds beter. Als de mogelijkheid voor rendabel terugleveren van zelf opgewekte elektriciteit over enkele jaren inderdaad wordt afgeschaft, zullen woningbezitters met zonnepanelen voor de verwarming van hun woning eerder in de richting van een warmtepomp gaan zoeken dan in aanpassingen van hun stadsverwarmingsaansluiting.

Wanneer veel woningen “afhaken” van het net, zullen de kosten voor exploitatie van het net verdeeld moeten worden over steeds minder gebruikers. Dit is alleen haalbaar als tegelijk de kosten voor de inzet van hernieuwbare warmte veel lager zijn dan die van de huidige warmte uit de Eneco centrales en de huidige tarieven op basis van de Warmtewet.

Wij volgen de ontwikkelingen met belangstelling.

Advertisements

Stichting stadswarmte wordt opgeheven

In een arrest van 16 mei 2017 zijn alle vorderingen jegens Eneco inzake de te hoge tarieven en onveiligheid van Stadsverwarming (door de secretaris aangespannen m.b.t. zijn woning te Ypenburg) door de Rechtbank te Den Haag afgewezen. Daarmee is een eind gekomen aan een jarenlange juridische procedure die eerder al bij de kantonrechter te Rotterdam had gefaald.

De grieven richting Eneco hadden in hoofdlijnen betrekking op:

  • de vanaf 1 januari 2014 ten onrechte berekende huur voor de warmteset. De warmteset was immers bij de bouw van de woning reeds via de eenmalige aansluitbijdrage betaald;
  • het vastrecht is na 1 januari 2014 door de Warmtewet lager dan voordien uitgevallen. Kennelijk was het vastrecht vóór de invoering van de Warmtewet te hoog. Dit verschil werd teruggevorderd;
  • Eneco mag geen rechten uitoefenen op de warmteset omdat deze reeds is afgerekend bij de aansluiting op warmte en derhalve eigendom is van de gebruiker;
  • de stadsverwarming zoals op Ypenburg aangelegd is per definitie onveilig omdat het hete water uit de straat gewoon in open verbinding staat met de apparatuur in de woningen.

Nu de eisen wederom zijn afgewezen, zijn vooralsnog de mogelijkheden van de Stichting uitgeput. Het bestuur had het graag anders gezien, maar het is niet anders. Daarom wordt de stichting in juli 2017 opgeheven.

 

Stadswarmtewoningen minder goed geïsoleerd

Wij schreven de volgende email naar dhr Tjalling de Vries, directeur van het directoraat “Energieuitdagingen 2020”:

Wij zouden u graag nog eens spreken over de opzettelijke vermindering van de isolatie van warmtewoningen. We kregen tijdens de “stakeholdersbijeenkomst” de indruk dat u verminderen van de isolatie redelijk vindt, mits de stadsverwarming als geheel meer duurzaamheid oplevert. Om meerdere redenen vinden wij dit ook dan nog onrechtvaardig:

Ten eerste zou er inderdaad duurzaamheidswinst kunnen zijn, op voorwaarde dat de geleverde warmte echt duurzaam is. Echter, alle mogelijke duurzaamheidswinst wordt geheel geboekt door de leverancier, terwijl de verbruiker jaar na jaar wordt opgescheept met een hogere rekening vanwege de slechtere isolatie van zijn woning (het NMDA tarief compenseert niet voor het hogere warmteverbruik). Deze handelwijze levert dus de leverancier niet alleen “duurzaamheidswinst” (die mooi overkomt in het jaarverslag) maar zeker ook geldelijke winst, ten koste van de verbruiker. Zo lang de toename van het warnteverbruik als gevolg van de isolatievermindering niet in mindering wordt gebracht op het warmtetarief, is deze regeling onrechtvaardig.

Ten tweede is een opzettelijk minder goed geïsoleerde woning in de toekomst lastiger/kostbaarder te verwarmen met een écht duurzamer verwarmingssysteem (bv. een warmtepomp en zonnecellen), als de bewoner van de stadsverwarming daarop wil overstappen. Des te slechter de isolatie, des te moeilijker het is om van een woning een echte “NulOpDeMeter woning” te maken. De duurzaamheidswinst die een dergelijke overstap oplevert én de financiële winst voor de verbruiker ontneem je hem ten dele door de opzettelijk verminderde isolatie in zijn woning (zonder zijn medeweten en zonder zijn toestemming). Ook dat is onrechtvaardig.

Ten derde is en blijft een opzettelijk slechter geisoleerd huis een slechter geïsoleerd huis, met alle gevolgen van dien. De kosten die bij de bouw ervan werden “bespaard” wegen niet op tegen de kosten die je zou moeten maken om dit huis later alsnog even goed te isoleren. Dat kan niet meer of is veel duurder dan de enkele duizenden euro’s die de warmteleverancier “verdiend heeft” met de isolatievermindering. De eigenaar heeft echter evenveel voor deze woning moeten betalen als wanneer deze op gas gestookt zou zijn (en dan wél goed geïsoleerd zou zijn. De koper betaalt toch “de marktwaarde” voor de nieuwbouwwoning; de “isolatieverminderingswinst” gaat naar de energieleverancier die er het stadswarmtenet voor aanlegt). Voor hetzelfde geld krijgt hij een slechter energielabel, en dus verkoopt hij zijn woning (zeker over een paar decennia) ook minder gemakkelijk en voor minder geld. Ook dat is onrechtvaardig.

Wij willen u graag spreken over de mogelijkheden om in samenwerking met het ministerie Bouwen en Wonen de regeling voor deze opzettelijke isolatievermindering te schrappen.

Ook willen we graag spreken over de mogelijkheden om (ten minste nieuwe) warmtewoningen veiliger te maken, door de meterkast en alle aansluitingen aan de buitenzijde van de woning te plaatsen, zoals we ook beschrijven in onze reactie op de concept compensatieregeling van de ACM (klik hier).

 

 

Reactie op ACM conceptbeleidsregel compensatie en storingsregistratie warmte

We stuurden op 22 april 2016 deze brief (klik hier) naar de ACM als reactie op de conceptbeleidsregel storingscompensatie.

Verder schreven we bij dit attachment deze opmerking aan dhr Tjalling de Vries, directeur van het directoraat “Energieuitdagingen 2020”:

We zijn niet blij met dit concept, omdat het een verwrongen beeld geeft van de verantwoordelijkheden van de leveranciers en de verbruikers, waarbij wij de sterke indruk hebben dat de leveranciers eraan meegeschreven hebben om hun verantwoordelijkheid zoveel mogelijk, tot op het onrealistische af, in te perken, waardoor de gebruikte definities tot zeer merkwaardige resultaten leiden. Wellicht dat we hier op enig moment nog over kunnen spreken.

 

Lekkages Ypenburg in Telegraaf

Vorige week met de VVD van Den Haag een goed artikel in de Telegraaf:

Eneco woordvoerders beloven 1 stadswarmte-lekkage op 400.000 woningen. Hier op Ypenburg hebben we al wat meer gehaald…

Met de tijd verouderen onze installaties en krimpen de plastic cv leidingen. Eneco vond simpele plastic slangen in 2000 goed genoeg voor Ypenburg (Isso 5 eisen), ondanks hun eigen gebrekkige ontwerp van de installaties van de stadsverwarming in huis. Wij houden daarom Eneco mede-verantwoordelijk voor het gebrek aan veiligheid, en eisen dus een complete beveiliging van elke woning tegen lekkages.

Als stadswarmteklanten betalen we niet voor warm water via een slangetje, maar voor gasverwarming, via het Niet Meer Dan Anders principe. Alle reden dus, om voor ons geld dan ook Niet Meer Lekkagewater Dan Anders te mogen verwachten.

Meld lekkages van de stadsverwarming

Beste bewoners van Ypenburg en andere warmtewijken in Nederland,

De gevaren van stadsverwarming, vooral de problemen met lekkages, staan al op de agenda van de politiek, maar (nog) niet stevig genoeg.

Daarom deze hernieuwde oproep: meld uw lekkages aub (klik hier)

Email ons ook even op bestuur.ssy “apenstaart” gmail.com of bel 06 24290807.

Heeft u foto’s, stuur die aub mee.

Met vriendelijke groet,

Stichting Stadswarmte